\"\"

D-pupillen: Voorbereiding op een training

D-pupillen: Voorbereiding op een training

Uitgegeven: 12 maart 2012 13:11
Laatst gewijzigd: 13 april 2012 15:15

Bron: 
KNVB

Wil je als trainer de voetbalprestaties van D-pupillen ontwikkelen? Pak de training dan systematisch aan. Niet vandaag dit en volgende week weer heel iets anders. Met training op één aspect boek je weinig winst. Stem trainingen en wedstrijden op elkaar af.

Van de vijftien trouwe D4-spelers van AFC TABA mist zelden iemand de training, maar vanavond verwacht trainer-coach Paul er maar negen. Keeper Rik is naar keeperstraining en spits Jomme ook, want hij heeft plots keepersambities. De andere vier afwezigen zijn waarschijnlijk aan het oefenen voor een Cito-toets. Een andere reden noemen ze Paul nooit. De negen trappen een balletje. Ze lopen erbij alsof ze op een pleintje in de buurt hebben afgesproken. Isak, Wander en Nathan pakten gewoon hun gele wedstrijdshirt uit moeder’s wasmand, trokken er een trainingsbroek onderaan en sprongen op de fiets. Het flanellen joggingjasje van Bas hangt open. De jaspanden fladderen achter hem aan, als bij een partijtje badminton op de camping.

 

KNVB-tip: kleding die niet knelt of loshangt
Oversized shirts, trainingshesjes voor volwassenen en openhangende jacks vergroten de kans op struikelpartijen. Strak elastiek knelt af en veroorzaakt spierkramp. Als de bloedsomloop wordt belemmerd, stoort dit het bewegingspatroon. Kies voor kleding die lekker zit en vaak kan worden gewassen. Let verder op het volgende:

1. Scheenbeschermers zijn verplicht, ook op de training;
2. Lange broeken en lange mouwen bij strenge kou;
3. Geen gymschoenen maar kunstgrasschoenen op kunstgras en noppen op gras;
4. Geen kettinkjes, ringen desnoods afplakken met tape;
5. Bevorder het na afloop (gezamenlijk) op de club douchen;
6. Draag badslippers bij het douchen.

Op de andere helft van dit veld maakt ook de D3 van TABA zich op voor de training – tevens onder leiding van de eigen coach. Dat team fungeert vaak als sparringpartner voor Paul’s D4. Beide teams trainen twee keer anderhalf uur per week, altijd eindigend in een partijtje 11 tegen 11. Is er iets van overleg tussen hen? En een planning waarin van week tot week is vastgelegd welke periodieke trainingsdoelen aan bod komen? Alsjeblieft nee, zeg. Paul vindt dat een D-pupil eerst maar eens moet leren de bal een flink eind weg te schieten. Anders blijf je toch nergens op dit grote veld?

Aan zijn lijf geen jaarschema’s, geen structuren. Op zaterdag langs de lijn ziet hij zelf wel welke oefenvormen dit team het beste kan gebruiken. Op zondag graaft hij eens in zijn geheugen en diept daar wat mooie, oude vormen op. Vormen die hij zich herinnert uit de tijd dat hij een cursus volgde voor recreatie-sportleider. Op een maandagavond als deze komen die vormen neer op sprinten, duelleren en schieten. Conditie en schotkracht zijn nu eenmaal wat je nodig hebt om te overleven bij de D-pupillen, vindt hij. Bovendien zijn dit vormen die je met elk aantal spelers kunt uitvoeren. Lekker gemakkelijk dus.

Op zijn horloge ziet hij dat het de hoogste tijd is om te starten. Het blijft bij negen spelers vanavond. Mooi – twee ploegjes van vier plus één keeper – want bij alle oefenvormen moet worden afgerond op doel. ,,Ik doe toch met jullie mee!’ Een jongen in Barcelona-shirt gooit zijn fiets tegen het hek en holt het veld op: Jomme. Toch tien man. Moet kunnen, vindt Paul.

KNVB-tip: de doelverdediger is een volwaardige speler
Bij de D-pupillen is het steeds meer duidelijk wie van de spelers de keeper wordt. Sommigen willen niet meer anders. Op hun verenigingen volgen ze vaak al de ‘geïsoleerde’ keeperstraining, onder leiding van een speciaal aangetrokken keeperstrainer. Een noodzaak om optimaal in het doel te kunnen functioneren. Laat ze daar gerust trainen op specifieke keepershandelingen – zolang dat geen trucs of acrobatische handelingen zijn en zolang het niet ten koste gaat van het bezoeken van de normale teamtraining. Keeperstraining komt niet in plaats van, maar is extra.

Toch hangt de keeper op de gewone training er vaak een beetje bij, als opvulling van het doel. Trainer-coaches bemoeien zich niet met hem, meestal uit onkunde. Ze kennen nu eenmaal niet alle basistaken van de doelman, weten niet hoe ze een ‘keepersprobleem’ uit de wedstrijd kunnen vertalen in een goede oefenvorm en werken al helemaal niet samen met de keeperstrainer. Die werkt op zijn beurt liever op zichzelf en komt niet altijd naar wedstrijden kijken. De keeper heeft echter een niet te onderschatten rol. Schenk op de reguliere training aandacht aan die rol ...

1.... in het team. De keeper neemt niet alleen een bijzondere positie in omdat hij als enige speler de bal in het eigen strafschopgebied met de handen mag spelen. Hij is tevens één van de weinigen die in de opbouw niet te maken heeft met een directe tegenstander. Dat betekent dat hij door anderen voortdurend in het spel kan worden betrokken;
2.... in oefenvormen waarbij het verdedigen centraal staat. Zijn rol blijft niet beperkt tot het tegenhouden en verwerken van de bal. Hij helpt ook mee bij het storen van de opbouw van de tegenpartij. Hij bespeelt de ruimte achter de laatste linie, neemt daar de juiste positie in, bewaakt de taken van het team – met name de laatste linie – en coacht medespelers om een schot op doel, dieptebal, voorzet of een duel 1 tegen 1 te voorkomen;
3.... in oefenvormen waarbij het aanvallen centraal staat. Beschouw de keeper als de ‘eerste aanvaller’. Noem hem soms ook zo, als stof tot nadenken. Nadat hij de bal heeft veroverd of na een spelhervatting start de opbouw bij hem. Hij kan de bal inrollen, inwerpen, uittrappen uit de hand, uittrappen van de grond, een doeltrap of vrije trap nemen of een terugspeelbal aannemen en verwerken. Hij kan kiezen voor het spelen van de lange bal – omdat hij een mogelijkheid ziet om snel een kans te creëren of omdat een oplossing via de laatste linie of het middenveld hem risicovol lijkt. Maar hij kan ook kiezen voor een opbouw via de laatste linie of het middenveld. Belangrijk is dat hij risicoloos opbouwt en geen gedekte spelers aanspeelt. Na de start van de opbouw heeft hij nadrukkelijk de taak de opbouw op gang te houden door achter de bal aanspeelbaar te blijven. Hij kiest zodanig positie dat hij bij balverlies snel het doel kan afschermen.

Periodiseren
Trainen is het met plezier spelers nog beter maken. Nog beter maken in aanvallen en verdedigen. Dat was bij F- en E-pupillen al het doel, maar er is iets veranderd. Vanaf de D-pupillen wordt voor het eerst 11 tegen 11 gespeeld. In de training is nu meer aandacht dan eerder voor veldbezetting, het spelen in drie in plaats van twee veldlinies en de verschillende taken per linie en per positie (Met de keeper erbij spreken we in feite van vier linies). Het accent dit seizoen ligt op het leren spelen vanuit een basistaak. D-pupillen ontwikkelen zo inzicht in het spel 11 tegen 11, ze leren omgaan met een groot speelveld, met spelregels en met het spelen in een vaste opstelling. Maar op de training kunnen ze het voetballen ook nog vaak oefenen met kleine aantallen, met accenten op aanvallen of verdedigen. Het partijspel 4 tegen 4 is en blijft een goed leermiddel. Daarnaast oefenen ze in meer complexe vormen als 7 tegen 7 of 8 tegen 8 op samenwerking tussen de linies.

Als trainer werk je met een planning. Dit wil niet zeggen dat je een dik draaiboek hebt klaarliggen, wel een schets van de beginsituatie van het team (de doelgerichtheid van het samenspel, het leerdoel bij de E-pupillen) en een lijn waarlangs je nieuwe verbeteringen wilt realiseren. Wil je jouw spelers leren niet met lange halen naar voren maar met verzorgd positiespel en via goed gebruik van het middenveld een aanval op te bouwen? Dan is het zaak gedurende een aantal weken achter elkaar hierop te oefenen. Het is slim om hiertoe tijdig een trainingsplan uit te werken. Wat oefenen we precies wanneer? Welke oefenvormen horen erbij? Dit planmatig beïnvloeden tijdens wedstrijden en trainingen noemen we: periodiseren.

In het voetballen bestaan drie teamfuncties: aanvallen, verdedigen en omschakelen. Besteed in de training met D-pupillen vooral aandacht aan het aanvallen en verdedigen. Dat wil zeggen: het opbouwen, het scoren, het storen en het voorkomen van tegendoelpunten. Voor D-pupillen is het niet relevant om expliciet te trainen op de derde teamfunctie: het omschakelen. Daartoe moeten ze eerst de basisprincipes van aanvallen en verdedigen op een groot veld en in 11 tegen 11 onder de knie hebben. Ze moeten leren hoe ze vanuit een bepaalde taak in het team samen kunnen aanvallen en verdedigen. Natuurlijk eindigt na het veroveren of verliezen van de bal het spel niet. Als in een training de opbouw centraal staat, moet de tegenpartij bereid zijn goed te storen. Zij blijven alleen gemotiveerd als ze na verovering van de bal kunnen scoren. Beide teams oefenen zo impliciet op het omschakelen. Vergeleken met E-pupillen mag je wat betreft het samen snel omschakelen wel hogere eisen stellen aan D-pupillen. Maar gebruik geen termen als ‘teamfunctie’ en ‘teamtaken’ in hun bijzijn.

Het is slim om in de zomer en de winter een trainingsplan voor het komend half jaar uit te werken. Om het opbouwen en scoren te verbeteren, kun je kiezen uit deze vijf doelstellingen:

1. Verbeteren van het positiespel in de opbouw;
2. Verbeteren van het op de juiste momenten diep spelen in de opbouw om van daaruit kansen te creëren;
3. Verbeteren van het uitspelen van de één tegen één situatie om zodoende kansen te creëren;
4. Verbeteren van het creëren en benutten van kansen wanneer een speler de achterlijn heeft gehaald (nieuw ten opzichte van E-pupillen);
5. Verbeteren van het scoren, het benutten van kansen.

Om het storen en voorkomen van doelpunten te verbeteren, kun je kiezen uit deze vijf doelstellingen:
1.  Verbeteren van het storen van de opbouw van de tegenpartij en het op het juiste moment veroveren van de bal;
2.  Verbeteren van het voorkomen van dieptespel in de opbouw van de tegenpartij en het beter verdedigen nadat de bal door de tegenpartij is diep gespeeld;
3.  Verbeteren van het verdedigen in de één tegen één situatie en het op het juiste moment veroveren van de bal;
4.  Verbeteren van het storen van de opbouw waardoor de tegenpartij niet zo gemakkelijk een voorzet kan geven en het voorkomen van doelpunten wanneer de tegenpartij een kans krijgt (nieuw ten opzichte van E-pupillen);
5.  Verbeteren van het storen van de opbouw van de tegenpartij en het voorkomen van doelpunten.

Indeling van de training
Verdeel de tien trainingsdoelstellingen over een periode van vijftien weken en begin na de vakantiestop weer van voor af aan. Laat een doelstelling minimaal drie weken achter elkaar aan de orde komen. Kies elke week één training met een doelstelling in het aanvallen en één training een doelstelling in het verdedigen. Besteed net zoveel aandacht aan het verdedigen als aan het aanvallen. Soms kun je wel meer accent leggen op het een, maar de twee teamfuncties hangen nauw samen. Het verbeteren van het één kan alleen worden getraind als het ander ook al een bepaald niveau kent.

Bij elke doelstelling horen specifieke KNVB-oefenvormen. Die kun je elk eenvoudig of meer complex aanbieden. Een training voor D-pupillen kent een vaste basisstructuur. Zo kan een training beginnen met een korte warming-up zonder bal. Doel hiervan is vooral spelers in de sfeer te brengen van de training. Voor tweedejaars D-pupillen hebben loopvormen met dynamische rekvormen al enige zin. Beperk dit tot maximaal 5 minuten. Vervolg met een wat langere warming-up met bal. Daarin oefenen spelers handelingen als dribbelen, aannemen, passen of schieten, passend bij het gekozen accent voor de training.

Na dit opwarmende kwartiertje vangt de eerste, echte oefenvorm aan. Dit is een vereenvoudiging van 4 tegen 4, passend bij de gekozen doelstelling. Daarna passen de spelers de oefenstof toe in een partijvorm 4 tegen 4. Hierbij leg je een relatie naar hun taken in de wedstrijd.

,,Nu is het weer de bedoeling dat jullie sámen kansen creëren en scoren. Maar nu is het wat drukker. Laat maar zien wat jullie net hebben geleerd. Indribbelen van achteruit, maak een schijnbeweging en dan een pass." Hierna volgt een groot partijspel. 7 tegen 7, 8 tegen 8, afhankelijk van het aantal spelers. Je observeert in hoeverre spelers het geleerde toepassen in deze meer complexe vorm. Het geheel sluit je af met een korte nabespreking.

KNVB-tip: Oefen met D-pupillen veel in een ruit 4 tegen 4
De stap van 7 tegen 7 naar 11 tegen 11 op een groot veld is voor veel D-spelers te groot. Ze spelen geen voetbal meer, maar zijn aan het overleven – omdat ze de kracht of het inzicht nog missen. Oefen daarom veel met ze in partijtjes 4 tegen 4. Daar zit alles in. Stel de teams op als een ruit (1-2-1) en leg daarbij de relatie naar hun rol in 11 tegen 11. Dit levert jou en de spelers verrassende inzichten op. Zo maak de buitenspelers van je elftal gemakkelijker duidelijk waarom ze het veld breed moeten maken. ,,Dan heb je meer ruimte voor je actie." Je kunt hen dan ook voordoen hoe ze de bal kunnen aannemen. ,,Open. In de richting van het doel van de tegenpartij." Ze ervaren zelf ook direct het effect van de keuze tussen een individuele actie of overspelen.

Een achterhoedespeler leert in de ruit beter hoe en op welk moment hij de voorste speler of de spelers aan de zijkanten kan aanspelen. Hij leert zich nog beter aan te bieden achter de bal en hoe hij het spel kan verplaatsen. Tot slot komt je spits in 4 tegen 4 vaak in een positie waarbij hij een tegenstander in de rug heeft, de bal moet afschermen en links of rechts moet draaien.

In de halfjaarplanning leg je van tevoren vast welke doelstellingen je wanneer gaat trainen en maak je een keuze uit de mogelijke oefenvormen. Maar binnen de geplande doelstelling en de gekozen oefenvorm is het aan jou om accenten aan te brengen. Dat kan door middel van de aanwijzingen die jij geeft. Wat heb je de laatste wedstrijd ‘gelezen’? Wat lieten spelers al wel zien, wat kan nog beter? Onnodig balverlies, onmogelijke passes, onvoldoende van het doel afspelen, te veel ruimte geven aan de tegenstander, de bal te snel afspelen? Pas zelf doelstelling of oefenvorm hierop aan. Maar niet elke week iets volslagen nieuws, spelers en trainer hebben één of twee trainingen nodig om aan een nieuwe vorm te wennen. Laat actuele voetbalproblemen altijd onderdeel zijn van een duidelijke structuur. Kijk verder dan winst en verlies tijdens het weekend.

KNVB-Checklist: Hoe bereid ik een trainingsperiode voor D-pupillen voor?

1. Concentreer je op de teamfuncties ‘aanvallen’ en ‘verdedigen’;
2. Verdeel de tien doelstellingen over de eerstkomende vijftien weken;
3. Oefen drie weken achtereen op twee doelstellingen en laat de spelers zo wennen aan de oefenvormen die erbij horen;
4. Kies binnen een training steeds voor een aanvalsdoelstelling en een verdedigende;
5. Pas de stof uit een oefenvorm daarna meteen toe in een kleine én grote partijvorm.

 
Van onze redactie
 
< vorige artikel
volgende artikel >
 
Exclusieve Oranje video's
 

reageren

U dient ingelogd te zijn om te kunnen reageren.

meest gelezen

(2077)

De docenten van de KNVB Academie kwamen op 28 augustus bij elkaar om...

meeste reacties

()

In De Voetbalkantine duiken Peter Heerschop en Viggo Waas wekelijks...

()

De KNVB regionale voetbaltrainingen gaan binnenkort hun tweede...

()

Het aantal regionale jeugdopleidingen (RJO) in Nederland blijft...